ECLI:NL:GHAMS:2014:1731
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- L.A.J. Dun
- M.M.M. Tillema
- E.A.G.M. Waaijers
- Rechtspraak.nl
Toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling ondanks onterechte kinderopvangtoeslag
Verzoekster wendde zich in hoger beroep tot het gerechtshof Amsterdam tegen de afwijzing van haar verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling door de rechtbank. De rechtbank had haar verzoek afgewezen omdat zij een schuld aan de Belastingdienst had laten ontstaan door onterecht ontvangen kinderopvangtoeslag en niet aannemelijk had gemaakt dat zij te goeder trouw was.
Verzoekster stelde dat zij een traumatisch verleden heeft en onder dwang haar inkomen aan haar ex-partner moest afstaan. Zij heeft sinds haar scheiding in 2005 gewerkt aan aflossing van haar schulden en staat sinds 2006 onder budgetbeheer. Ondanks het doorlopen van de kinderopvangtoeslag heeft zij inmiddels €16.000 afgelost en betaalt zij maandelijks €78 via verrekening. Zij volgt een budgetcursus, ontvangt maatschappelijk werk en psychologische hulp en verricht vrijwilligerswerk.
Het hof oordeelde dat verzoekster niet te goeder trouw was ten aanzien van het ontstaan van de schuld wegens het gebruik van de kinderopvangtoeslag voor andere doeleinden dan bedoeld. Desondanks achtte het hof haar huidige situatie stabiel en verantwoord, gezien de langdurige budgetbeheer, aflossingen, geen nieuwe schulden in twee jaar en haar maatschappelijke inzet.
Daarom werd het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling alsnog toegewezen en het vonnis van de rechtbank vernietigd. De zaak werd verwezen naar de rechtbank Amsterdam voor voortzetting met inachtneming van het arrest. Verzoekster werd gewezen op haar verplichtingen onder de regeling, waaronder sollicitatieplicht en medewerking aan de bewindvoerder.
Uitkomst: De wettelijke schuldsaneringsregeling wordt op verzoekster van toepassing verklaard ondanks de schuld wegens onterechte kinderopvangtoeslag.