Uitspraak
1.de vennootschap naar Duits recht
DEUTSCHE LUFTHANSA AKTIENGESELLSCHAFT,
AUSTRIAN AIRLINES AG,
SWISS INTERNATIONAL AIR LINES AG,
BRITISH MIDLAND AIRWAYS LIMITED,
CONTINENTAL AIRLINES INC.,
UNITED AIRLINES INC.,
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
met een opzeggingstermijn van vier maanden (de opzeggingstermijn gaat dus in per heden en loopt tot en met 30 september 2010).
hebben - middels de brief d.d. 31 mei 2010 - de lopende agentuurovereenkomst tegen de dag van 30 september 2010 opgezegd, én hebben daarbij een nieuwe agentuurovereenkomst aan de Reisagent aangeboden.
Op deze overeenkomst is Nederlands recht van toepassing.
3.Beoordeling
“rekening gehouden met de marktsituatie waarbij de reisagenten advies en bemiddelingsdiensten leveren aan hun klanten-reizigers”(en de luchtvaartmaatschappijen aldus geen commissie meer zullen betalen). In die nieuwe constellatie is er derhalve geen sprake meer van een overeenkomst op grond waarvan de luchtvaartmaatschappij als principaal de handelsagent opdraagt, en deze zich verbindt, tegen beloning bij de totstandkoming van overeenkomsten bemiddeling te verlenen als bedoeld in artikel 7:428 lid 1 BW Pro. Anders dan ANVR aanvoert, is hiermee wel een wezenlijke wijziging van de aard overeenkomst beoogd. Het is immers de klant van het reisbureau die als opdrachtgever optreedt en die betaalt voor de diensten van het reisbureau. Uit dit een en ander leidt het hof af, dat de door Lufthansa c.s. voorgestelde nieuwe overeenkomst geen agentuurovereenkomst is.
rules, resolutions and other provisions as amended from time tot time are deemed to be incorprorated and made part hereof” en “
the Carrier[hof: de luchtvaartmaatschappij]
and the Agent agree to comply with them” maar daar volgt dat niet uit.