ECLI:NL:GHAMS:2014:1542
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.L. Bruinsma
- R.C.P. Haentjens
- P. Greve
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verkrachting in hoger beroep
In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland heeft het gerechtshof Amsterdam het bewijs tegen verdachte voor verkrachting onderzocht. De tenlastelegging betrof het dwingen van het slachtoffer tot seksuele handelingen met geweld of bedreiging op of omstreeks 5 mei 2011 te Zandvoort.
Het hof stelde vast dat slechts het slachtoffer en verdachte aanwezig waren tijdens het incident en dat verdachte het tenlastegelegde ontkende. De verklaringen van overige getuigen sloten niet aan bij die van het slachtoffer, waardoor het vereiste steunbewijs ontbrak. Daarom was het hof van oordeel dat het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend was bewezen.
Als gevolg daarvan sprak het hof verdachte vrij van de tenlastegelegde verkrachting. Tevens verklaarde het hof de vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer niet-ontvankelijk, omdat de verdachte niet schuldig was bevonden. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.
De advocaat-generaal had een gevangenisstraf van 18 maanden geëist met aftrek van voorarrest en een voorschot op immateriële schadevergoeding van €3.000, maar het hof volgde deze vordering niet.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van verkrachting en schadevordering wordt niet-ontvankelijk verklaard.