ECLI:NL:GHAMS:2014:1541
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.C.P. Haentjens
- J.L. Bruinsma
- P. Greve
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs witwassen ondanks overschrijding redelijke termijn
In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Amsterdam vernietigd en de verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde witwassen. De zaak betrof contante betalingen en overboekingen die volgens het Openbaar Ministerie afkomstig zouden zijn uit misdrijven zoals overtreding van de Opiumwet en afpersing.
De verdediging voerde onder meer niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie aan vanwege overschrijding van de redelijke termijn, vermeende mediaprocessen en schrijnende persoonlijke omstandigheden van een medeverdachte. Het hof verwierp deze bezwaren op basis van vaste jurisprudentie en onvoldoende bewijs van ernstige procesorde-schendingen.
Het hof constateerde dat er meerdere scenario’s waren over de herkomst van het geld, waarvan geen op voorhand onaannemelijk was. Cruciaal was de verklaring van een getuige dat het geld uit zijn eigen middelen kwam en niet uit criminele bronnen. Hierdoor ontbrak het aan wettig en overtuigend bewijs voor witwassen, wat leidde tot vrijspraak van de verdachte.
Het hof legde geen straf op en vernietigde het eerdere vonnis, waarmee de verdachte werd vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor witwassen.