ECLI:NL:GHAMS:2014:1371
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat alle vrachtkosten inclusief expediteursopslag tot douanewaarde behoren
Belanghebbende, een douane-expediteur, voerde hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Haarlem waarin werd vastgesteld dat de door haar aan haar opdrachtgever in rekening gebrachte vrachtkosten onderdeel uitmaken van de douanewaarde van ingevoerde goederen.
De inspecteur had een uitnodiging tot betaling (UTB) opgelegd wegens te weinig afgedragen douanerechten, gebaseerd op een controle na invoer (cni) waarbij werd vastgesteld dat niet alle vrachtkosten volledig waren opgenomen in de douanewaarde. Het geschil betrof de vraag of de door de expediteur gefactureerde bedragen, inclusief een opslag voor winst en kosten, als vervoerskosten in de douanewaarde moeten worden begrepen.
Het hof oordeelde dat alle hoofd- en nevenkosten die verband houden met het vervoer naar het douanegebied van de EU, inclusief de expediteursopslag, tot de douanewaarde behoren. Dit volgt uit artikel 32 van Pro het Communautair douanewetboek en de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie. De civielrechtelijke kwalificatie van de overeenkomst als expeditieovereenkomst doet hieraan niet af.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen veroordeling in proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat alle vrachtkosten inclusief expediteursopslag tot de douanewaarde behoren.