ECLI:NL:GHAMS:2014:13
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.M. Vrouwenvelder
- B.A. van Brummelen
- J.T. Sanders
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over omzetbelasting bij exploitatie seksinrichting en kamerverhuur
Belanghebbende exploiteert een seksinrichting onder de naam '[A]' en stelt kamers ter beschikking aan klanten, waarbij ook sekswerkers aanwezig zijn die seksuele diensten verrichten. De Belastingdienst legde naheffingsaanslagen omzetbelasting op over de periode van september 2008 tot november 2009, inclusief boetes en heffingsrente, omdat zij meende dat de omzet van belanghebbende ook de omzet van de sekswerkers omvatte.
De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en deels ongegrond, waarbij de boetebeschikkingen werden verminderd. Belanghebbende ging in hoger beroep tegen deze uitspraken. Het Hof bevestigde dat er slechts één rechtsbetrekking bestaat tussen belanghebbende en de klant, waarbij alle handelingen, inclusief die van de sekswerkers, door belanghebbende worden verricht. De prestatie van het ter beschikking stellen van kamers en de seksuele diensten vormen economisch gezien één ondeelbare prestatie.
Het Hof oordeelde dat de naheffingsaanslagen omzetbelasting terecht zijn opgelegd, maar dat de boetes geheel moeten vervallen. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht. Het hoger beroep werd gegrond verklaard voor de zaken met kenmerk 11/00805 en 11/00806 en ongegrond voor 11/00807.
Uitkomst: De naheffingsaanslagen omzetbelasting worden bevestigd, de boetes vervallen en de inspecteur wordt veroordeeld in proceskosten en griffierecht.