ECLI:NL:GHAMS:2013:CA3487
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te late indiening kostenvergoeding belastingaanslagen
De inspecteur legde navorderingsaanslagen op aan wijlen [X] voor de jaren 1996 tot en met 1998 en stelde deze bij verminderingsbeschikkingen tot nihil vast. Belanghebbenden maakten bezwaar en verzochten om kostenvergoeding, welke door de inspecteur werd afgewezen in een brief van 24 februari 2011 met rechtsmiddelverwijzing.
Belanghebbenden dienden het beroepschrift tegen deze afwijzing op 1 mei 2011 in, na het verstrijken van de zeswekentermijn die eindigde op 7 april 2011. De rechtbank verklaarde de beroepen ontvankelijk en kende kostenvergoeding toe, maar het hof vernietigde dit oordeel en verklaarde de beroepen niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn.
Het hof stelde vast dat de beslissing op het verzoek om kostenvergoeding definitief was genomen in de brief van 24 februari 2011 en niet in de latere verminderingsbeschikkingen. Belanghebbenden maakten geen gebruik van de gelegenheid om een verschoonbare termijnoverschrijding aan te tonen. Het hof veroordeelde de inspecteur in de proceskosten van het hoger beroep en gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht.
De uitspraak werd gedaan door de belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 30 mei 2013.
Uitkomst: Belanghebbenden worden niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het beroepschrift tegen de afwijzing van het verzoek om kostenvergoeding.