ECLI:NL:GHAMS:2013:CA3290
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen navorderingsaanslag en vergrijpboete wegens handel in qat zonder administratieplicht
Belanghebbende werd door de inspecteur geconfronteerd met een navorderingsaanslag en een vergrijpboete wegens het niet aangeven van inkomsten uit de handel in qat. Uit een strafrechtelijk onderzoek tegen een leverancier, waarbij telefoontaps en administratie werden onderzocht, bleek dat belanghebbende qat inkocht en verhandelde. Belanghebbende betwistte dit, maar het hof volgde de rechtbank in de conclusie dat hij dezelfde persoon was als vermeld in de administratie en dat hij niet slechts voor eigen gebruik handelde.
De bewijslast werd omgekeerd en verzwaard vanwege het niet voldoen aan de administratieplicht. Belanghebbende slaagde er niet in overtuigend aan te tonen dat de aanslag te hoog was vastgesteld. De inspecteur had de aanslag en boete na ambtshalve constatering van een fout in de berekening verminderd. Het hof achtte de nieuwe berekening redelijk en de boete passend, waarbij een matiging werd toegepast vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
Het hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, en stelde de navorderingsaanslag en boete vast op respectievelijk een belastbaar inkomen uit werk en woning van €47.036 en een boete van €4.464. Er werd geen kostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open.
Uitkomst: De navorderingsaanslag en vergrijpboete zijn verminderd tot een belastbaar inkomen van €47.036 en een boete van €4.464.