ECLI:NL:GHAMS:2013:CA3111
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over beëindiging en huurprijs van bedrijfsruimte zonder artikel 7:290 BW
Partijen sloten een huurovereenkomst voor een bedrijfsruimte zonder toepassing van artikel 7:290 BW Pro, met een looptijd van 1 april 2008 tot 1 april 2010 en automatische verlenging tot 1 april 2013 tenzij tijdig opgezegd. Er ontstond discussie over een huurverhoging per 1 januari 2009 en de beëindiging van de huur per 1 november 2009.
De kantonrechter had appellante niet toegelaten tot bewijslevering over de mondelinge afspraak van 31 juli 2009 dat de huur per 1 november 2009 zou eindigen, en wees haar vordering af. Het hof oordeelde dat deze weigering onterecht was, omdat een bewijsopdracht niet op prognose mag worden geweigerd en dat de brief van 1 september 2009 waarin om bevestiging werd gevraagd, niet uitsluit dat de opzegging definitief was.
Daarnaast stelde het hof vast dat uit een brief van geïntimeerde van 3 september 2009 volgt dat de huur in ieder geval per 31 maart 2010 zou eindigen, omdat verlenging zonder aanpassing van het contract niet gewenst was. De huurprijsverhoging tot €3.000 werd niet aanvaard; de huurprijs bleef op €2.665 exclusief BTW. Vordering tot betaling van extra energiekosten en schadevergoeding wegens oplevering werden afgewezen wegens onvoldoende bewijs.
Het hof stelde appellante in de gelegenheid bewijs te leveren over de beëindiging per 1 november 2009 en bepaalde dat getuigen zullen worden gehoord. Alle verdere beslissingen werden aangehouden met het advies om de zaak in der minne te regelen.
Uitkomst: Het hof staat bewijslevering toe over beëindiging huur per 1 november 2009 en oordeelt dat de huur uiterlijk per 31 maart 2010 is geëindigd; huurprijsverhoging naar €3.000 wordt niet aanvaard.