ECLI:NL:GHAMS:2013:CA3103
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake terugvordering betaling studiohuur en stelplicht bewijslast
In deze civiele zaak vordert appellant terugbetaling van €11.000 vermeend geleend aan geïntimeerde of onverschuldigd betaald. De rechtbank wees de vordering af wegens onvoldoende stelplicht en bewijs. Appellant betwistte onder meer een eerdere gerechtelijke erkenning en stelde dat de betaling een geldlening was.
Het hof overweegt dat de gerechtelijke erkenning bindend is en dat appellant onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hiervan afgeweken zou moeten worden. De stelplicht en bewijslast voor zowel de geldlening als onverschuldigde betaling rusten op appellant, die niet aan deze verplichtingen heeft voldaan. Het verweer van geïntimeerde dat de betaling een huurbetaling betrof, is niet door appellant weerlegd.
Ook een beroep op ongerechtvaardigde verrijking faalt, omdat niet aannemelijk is dat geïntimeerde ten koste van appellant is verrijkt. De onduidelijkheid over de onderlinge verhoudingen tussen appellant, Y en X speelt hierbij een rol. Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering tot terugbetaling af wegens onvoldoende stelling en bewijs.