ECLI:NL:GHAMS:2013:CA2693
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over waardebepaling onroerende zaak in successierechtzaak
In deze zaak staat de waardebepaling van een onroerende zaak centraal in een geschil over de aanslag recht van successie na het overlijden van erflater op 12 mei 2008. De onroerende zaak betreft twee aan elkaar grenzende percelen grond met een woning en schuur, waarvan de waarde door de inspecteur hoger werd geschat dan door de erfgenamen opgegeven.
De rechtbank had de waarde vastgesteld op € 431.000, uitgaande van de bouwmogelijkheid van slechts één woning conform het geldende bestemmingsplan. De inspecteur stelde dat de waarde hoger was omdat binnen afzienbare tijd twee woningen gebouwd konden worden, maar heeft dit niet voldoende aannemelijk gemaakt. Diverse taxatierapporten en berekeningen van partijen boden onvoldoende onderbouwing.
Het Hof oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het bewijsaanbod van de inspecteur om aanvullende documenten over de bouwmogelijkheden te leveren, heeft gepasseerd. Het Hof bevestigt echter dat de kans dat twee woningen kunnen worden gebouwd niet op 80% kan worden gesteld vanwege onzekerheden omtrent vergunningen, omwonenden en andere omstandigheden.
Gelet op de WOZ-waarden en de onzekerheden acht het Hof de waardebepaling van € 431.000 door de rechtbank juist. Zowel het hoger beroep van de inspecteur als het incidenteel hoger beroep van de erfgenamen worden ongegrond verklaard. De inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten van de erfgenamen.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de waardebepaling van de onroerende zaak op € 431.000 en verklaart het hoger beroep ongegrond.