ECLI:NL:GHAMS:2013:CA2562
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over ontvankelijkheid klacht tegen notaris inzake onjuiste akteomschrijving en erfdienstbaarheid
Klager diende een klacht in tegen de notaris wegens het onjuist opnemen van de omschrijving “thans in gebruik als woning” in een akte van verdeling van een perceel waarop feitelijk een schuur met hooikap stond. Klager stelde dat dit onjuist was en dat dit leidde tot een verzwaarde erfdienstbaarheid op zijn aangrenzende perceel.
De Kamer van Toezicht verklaarde de klacht niet-ontvankelijk omdat zij oordeelde dat de klacht te laat was ingediend, na het verstrijken van de driejarige vervaltermijn. Klager ging hiertegen in hoger beroep bij het hof.
Het hof oordeelde dat klager als belanghebbende kon worden aangemerkt en dat de vervaltermijn niet was aangevangen omdat klager pas in juni 2011 daadwerkelijk kennis had genomen van de akte, mede gelet op de omstandigheden rondom de vernieuwing van het dak en het feit dat klager niet redelijkerwijs eerder kennis kon nemen.
Het hof vernietigde daarom de beslissing van de Kamer van Toezicht en verklaarde klager ontvankelijk. Vervolgens oordeelde het hof dat de notaris niet tuchtrechtelijk verwijtbaar had gehandeld omdat hij mocht afgaan op de verklaringen van partijen en geen aanleiding had tot nader onderzoek. De klacht werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof verklaart klager ontvankelijk maar wijst de klacht tegen de notaris af wegens ontbreken van tuchtrechtelijk verwijt.