ECLI:NL:GHAMS:2013:CA1697
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op hypotheekrenteaftrek wegens ontbreken mede-eigendom woning na scheiding van tafel en bed
Belanghebbende, gescheiden van tafel en bed van haar echtgenoot sinds 1986, vorderde in hoger beroep aftrek van hypotheekrente voor een woning die op naam van haar echtgenoot stond. Zij stelde mede-eigenaar te zijn door gemeenschap van goederen en verwees naar diverse documenten waarin zij als echtgenote werd vermeld.
Het Hof overwoog dat de scheiding van tafel en bed niet was beëindigd door verzoening, hetgeen niet aannemelijk was gemaakt. De woning was uitsluitend op naam van de echtgenoot geregistreerd en de hypotheekakte vermeldde weliswaar het huwelijk, maar dit was onvoldoende om mede-eigendom aan te nemen. Ook het economisch eigendom werd verworpen omdat geen bewijs was dat belanghebbende gerechtigd was tot de waardeverandering van de woning.
Daarnaast werd het beroep op het vertrouwensbeginsel afgewezen omdat geen bewuste standpuntbepaling van de Belastingdienst was aangetoond. Het Hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank dat belanghebbende geen recht had op hypotheekrenteaftrek. Het onderzoek werd heropend voor een mogelijke immateriële schadevergoeding wegens de lange duur van de procedure.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard; belanghebbende heeft geen recht op hypotheekrenteaftrek omdat zij geen mede-eigenaar is van de woning.