ECLI:NL:GHAMS:2013:CA0300
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens bezit van katapulten op luchtvaartterrein en verwerping beroep op rechtsdwaling
De verdachte werd in hoger beroep geconfronteerd met de tenlastelegging dat zij op 26 augustus 2011 op een luchtvaartterrein drie katapulten van categorie I bezat, in strijd met de Wet wapens en munitie. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de katapulten aanwezig waren en dat deze wapens waren, mede gelet op het proces-verbaal waarin werd vastgesteld dat de katapulten ernstig letsel kunnen toebrengen.
De verdachte voerde verweer dat sprake was van verontschuldigbare rechtsdwaling, omdat zij meende dat katapulten speelgoed waren en zij voorafgaand aan haar reis naar het buitenland had onderzocht wat wel en niet was toegestaan. Dit verweer werd door het hof verworpen, omdat de katapulten duidelijk niet als speelgoed konden worden aangemerkt en de verdachte zich onvoldoende had geïnformeerd bij bevoegde autoriteiten.
Hoewel het hof de verdachte strafbaar achtte, werd besloten geen straf of maatregel op te leggen, mede gelet op het ontbreken van kwade bedoelingen, het ontbreken van eerdere veroordelingen en het belang van de verdachte om strafrechtelijke veroordeling te voorkomen. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof sprak de verdachte vrij voor hetgeen niet bewezen was.
Uitkomst: Verdachte strafbaar verklaard voor bezit van katapulten, maar geen straf opgelegd.