ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ7222
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. Bijlsma
- B.A. van Brummelen
- A.H.R.M. Denie
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrek omzetbelasting over oninbare vorderingen en verzuimboete
Belanghebbende, een accountants- en belastingadvieskantoor, bracht in haar aangifte omzetbelasting over januari 2008 omzetbelasting begrepen in oninbare vorderingen als voorbelasting in aftrek. De inspecteur legde een naheffingsaanslag en een verzuimboete op omdat deze aftrek niet conform de wettelijke regeling was.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en oordeelde dat de omzetbelasting over oninbare vorderingen niet rechtstreeks op de aangifte kan worden afgetrokken, maar via een afzonderlijk verzoek tot teruggaaf moet worden ingediend. Het hof onderschrijft dit oordeel en wijst het beroep af.
Belanghebbende voerde onder meer aan dat zij door de wettelijke regeling in een slechtere positie was gekomen en dat sprake was van willekeur en strijd met het gelijkheidsbeginsel. Het hof verwierp deze stellingen, wijzend op het verschil in wettelijke grondslagen en het feit dat de wetgever bewust een aparte procedure voor teruggaaf heeft ingesteld.
Ook het beroep tegen de opgelegde verzuimboete werd verworpen omdat geen sprake was van afwezigheid van alle schuld. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag en verzuimboete worden bevestigd.