ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ4743
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsvraag bij verbeuren zekerheid uitvoercertificaat landbouwrestituties
Belanghebbende heeft op 15 oktober 2009 een uitvoercertificaat aangevraagd voor de uitvoer van 248 levende runderen, dat op 21 oktober 2009 werd afgegeven. Het productschap verklaarde de voor het certificaat gestelde zekerheid van € 6.448 verbeurd en wees de restitutie van € 27.320,61 af. Belanghebbende stelde beroep in bij de rechtbank Haarlem, die het beroep ongegrond verklaarde.
Het geschil betreft de vraag of de rechtbank bevoegd is kennis te nemen van het beroep tegen de verbeurdverklaring van de zekerheid. Het hof oordeelt dat een beslissing omtrent het verbeuren van de zekerheid voor een uitvoercertificaat een beschikking ter zake van landbouwrestituties is, zoals bedoeld in artikel 8:3 van Pro de Algemene Douanewet (Adw). Hierdoor is niet de rechtbank, maar het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevoegd.
Het hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart deze onbevoegd en draagt het beroepschrift door aan het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Tevens veroordeelt het hof het productschap in de proceskosten en vergoedt het griffierecht en reiskosten van belanghebbende.
Daarnaast behandelt het hof het beroep op het vertrouwensbeginsel, dat wordt afgewezen omdat geen feiten zijn aangevoerd die dit ondersteunen en omdat het Unierecht geen ruimte laat voor een dergelijk beroep tegen duidelijke bepalingen. Het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt door de rechtbank afgewezen en niet door het hof gewijzigd.
Uitkomst: Het hof verklaart de rechtbank onbevoegd en zendt het beroepschrift door naar het College van Beroep voor het bedrijfsleven.