ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ3418
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Oplegging gevangenisstraf en TBS na verkrachting en afpersingen met antisociale persoonlijkheidsstoornis
De verdachte werd veroordeeld voor meerdere ernstige misdrijven, waaronder verkrachting en afpersingen. In hoger beroep stond de vraag centraal of de maatregel terbeschikkingstelling (TBS) met dwangverpleging opgelegd moest worden. Hoewel de verdachte weigerde mee te werken aan psychiatrisch onderzoek, concludeerde het hof op basis van eerdere rapporten en justitiële documentatie dat bij hem een antisociale persoonlijkheidsstoornis bestond en nog steeds voortduurde.
Het hof stelde vast dat de stoornis niet was verdwenen, mede door het ontbreken van behandeling en het voortdurende criminele gedrag. De verdachte vertoonde impulsief en ontremd gedrag zonder empathie, wat het risico op herhaling van ernstige delicten vergroot. De veiligheid van de maatschappij eiste daarom oplegging van TBS met dwangverpleging.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis voor zover het de TBS betrof en legde deze maatregel alsnog op naast de gevangenisstraf van zes jaar. Daarnaast werd een beslagvoorwerp teruggegeven aan de verdachte. De overige onderdelen van het vonnis werden bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de gevangenisstraf van zes jaar en legt terbeschikkingstelling met dwangverpleging op wegens antisociale persoonlijkheidsstoornis en ernstig recidivegevaar.