ECLI:NL:GHAMS:2013:BY9066
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning ondanks bezwaar over ligging en dakconstructie
Belanghebbende stelde bezwaar in tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning per 1 januari 2008, met een verzoek tot verlaging vanwege de ligging langs een spoorweg nabij een treinstation en perron, en een slechte dakconstructie. De heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld op €566.000 na vermindering van een eerdere beschikking van €605.000.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de heffingsambtenaar de waarde op juiste wijze had vastgesteld met gebruik van vergelijkingsmethoden en marktgegevens van voldoende vergelijkbare woningen. Belanghebbende voerde hoger beroep en stelde onder meer dat de WOZ-waarde te hoog was vastgesteld en dat een vaste aftrek voor de waardedrukkende factoren had moeten worden toegepast.
Het Hof volgde de rechtbank en oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende rekening had gehouden met de waardedrukkende aspecten van de ligging en dakconstructie. De vergelijkingsobjecten waren passend en de toegepaste methode voldeed aan de wettelijke voorschriften. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat geen sprake was van ongelijke behandeling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €566.000 bevestigd.