Uitspraak
mr. W.A.M. Rupertte Rotterdam,
en haar vennoten
mr. M.C. Schepelte Den Haag.
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak in hoger beroep tussen een vennootschap naar Duits recht en meerdere geïntimeerden, staat de beoordeling van een deskundigenbericht centraal dat is uitgebracht over het normaal gebruik van pasteus schilderen met olieverf in de periode 1991-1995. Het hof had prof. Carel Blotkamp benoemd als deskundige om deze vraag te beantwoorden. De deskundige concludeerde dat het pasteus schilderen zoals door geïntimeerde sub 1 werd toegepast, als normaal gebruik kan worden aangemerkt, maar dat het specifieke verschijnsel in diens schilderijen niet eerder was gezien en niet als normaal gevolg van de gebruikte techniek wordt beschouwd.
De appellant uitte twijfels over de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de deskundige, alsmede over diens materiaalkennis en de naleving van wettelijke voorschriften en gedragscodes bij het opstellen van het deskundigenbericht. Het hof oordeelde dat er geen concrete aanwijzingen zijn voor partijdigheid en dat voor beantwoording van de vraag geen specifieke materiaalkennis vereist is. Wel wordt de deskundige verzocht expliciet te reageren op de ingediende bezwaren en brieven van partijen.
Het hof verwijst de zaak naar de rol voor een nader deskundigenbericht en geeft partijen gelegenheid daarop te reageren. Tevens wordt een incidentele vordering tot voorschot op schadevergoeding in behandeling genomen. Verdere beslissingen worden aangehouden totdat het deskundigenbericht en de reacties daarop zijn ontvangen.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden voor een nader deskundigenbericht en verdere procedurele behandeling.