ECLI:NL:GHAMS:2013:4905
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.C. Meijer
- R.H. de Bock
- J.H. Huijzer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken reconventionele vordering
Appellanten zijn in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de kantonrechter Amsterdam waarin Stichting De Alliantie een vordering had ingesteld wegens huurachterstand. De Alliantie vorderde betaling van €1.042,20, bestaande uit hoofdsom en incassokosten. Appellanten betwistten de huurachterstand niet, maar stelden een schadevergoeding van €950,- wegens waterschade.
De kantonrechter had de vordering van appellanten niet als een reconventionele vordering aangemerkt, maar deze in mindering gebracht op de vordering van de Alliantie. Appellanten beriepen zich in hoger beroep op verrekening, maar richtten geen grief tegen het feit dat hun vordering niet als reconventionele vordering was aangemerkt. Hierdoor was het hof gebonden aan de vaststelling van de kantonrechter.
Omdat er geen sprake was van een reconventionele vordering, was de optelregel van artikel 332 lid 3 Rv Pro niet van toepassing en bedroeg de vordering waarover de kantonrechter moest beslissen niet meer dan €1.750,-. Dit betekende dat appellanten niet ontvankelijk waren in hun hoger beroep. Het hof veroordeelde appellanten in de kosten van het hoger beroep en verklaarde deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof verklaart appellanten niet-ontvankelijk in hun hoger beroep en veroordeelt hen in de kosten.