Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
mr. J.B. de Jongte Almere,
mr. F. Françoiste Amsterdam.
Gerechtshof Amsterdam
Eisers, [appellant sub 1] en [appellant sub 2], sloten in 2000 een koop-/aannemingsovereenkomst met bouwbedrijf Verwelius voor de bouw van een woonhuis te Almere, waarbij de gevels met keramische pannen bekleed zouden worden. Na oplevering in 2001 accepteerden zij de gevel niet vanwege kleur en materiaal.
Er ontstond een geschil tussen Verwelius en haar onderaannemer [bedrijf 2] over de gevelbekleding, dat leidde tot arbitrale vonnissen waarin Verwelius werd veroordeeld tot herstel van gebreken. Eisers stelden dat Verwelius in latere arbitrale procedures tegen hen onwaarheden had verklaard en stukken had achtergehouden, wat volgens hen bedrog opleverde dat herroeping van de arbitrale vonnissen rechtvaardigde.
Het hof oordeelde dat het verschil in standpunten van Verwelius in de verschillende procedures niet onrechtmatig was en dat het niet inbrengen van het eerdere arbitraal vonnis geen bewijs van bedrog vormde. De vordering tot herroeping werd afgewezen omdat niet was voldaan aan de strenge voorwaarden van artikel 1068 Rv Pro.
Eisers werden veroordeeld in de proceskosten. Het arrest werd gewezen door mr. J.C. Toorman, mr. J.H. Huijzer en mr. R.H.C. van Harmelen en uitgesproken op 10 december 2013.
Uitkomst: De vordering tot herroeping van arbitrale vonnissen wegens vermeend bedrog door Verwelius wordt afgewezen en eisers worden veroordeeld in de proceskosten.