Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
2.1 Land van oorsprong
3.Het oordeel van de rechtbank
Boeking achteraf
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende heeft op 8 en 31 mei 2007 en in de periode januari tot juni 2008 aangiften gedaan voor het vrije verkeer van vrachtauto’s uit Israël, waarbij als land van oorsprong Nederland werd vermeld op EUR 1-certificaten. De inspecteur stelde na controle vast dat de oorsprong onjuist was en dat de tariefpreferentie ten onrechte was verleend. Hierdoor werd een navordering van €17.990 opgelegd.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en het Hof bevestigt dit oordeel. Het Hof oordeelt dat de vergissing van de Israëlische autoriteiten, die Nederland als oorsprong vermeldden, kenbaar en redelijkerwijs te ontdekken was. Belanghebbende, een ervaren douane-expediteur, had de geldende wetgeving moeten raadplegen en kon niet volstaan met het vertrouwen op het geautomatiseerde systeem Sagitta.
De inspecteur heeft geen vergissing begaan door de aangiften te aanvaarden zonder verificatie. Ook het feit dat de trucks na invoer zijn uitgevoerd naar landen buiten de EU leidt niet tot vernietiging van de navordering. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de navordering van douanerechten bevestigd.