Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
€ 23.310. Gelijktijdig is bij afzonderlijke beschikking een vergrijpboete opgelegd van
€ 325.707.
2.Feiten
Cliënt heeft – mede vanwege zijn voortvluchtige bestaan – geen beschikking meer over alle financiële en fiscale stukken van de vijf pizzeria’s. De stukken waarover mijn cliënt nog wel de beschikking heeft kunnen krijgen hebben betrekking op verschillende pizzeria’s over de jaren 1986 tot en met medio 2007 (bijlage 1). (…)
In 1983 emigreerde [belanghebbende] van Italië naar Duitsland. (…) Vanaf het moment waarop [belanghebbende] als verdachte werd aangemerkt, leidde [hij] een voortvluchtig en ondergedoken bestaan. (…) Hij heeft – als voortvluchtige – niet meer kunnen samenwonen met zijn vrouw. (…) Zij woonde (…) het dorp [S].
Ten slotte uw vragen met betrekking tot de door [belanghebbende] verrichte werkzaamheden aan auto’s. Deze werkzaamheden heeft [belanghebbende] in Duitsland verricht tot uiterlijk 1999. (…) Nu ik op grond van de verklaringen van mijn cliënt meen dat mijn cliënt pas vanaf februari 2009 in Nederland verbleef, is mijn cliënt ook niet belastingplichtig over de jaren 2006, 2007 en 2008. (…) Bijgaand treft u de aangiftebiljetten inkomstenbelasting 2007 en 2008 dan ook oningevuld aan (bijlage 2). Ik verzoek u dan ook de belastingaanslagen die betrekking hebben op de jaren 2006, 2007 en 2008 te vernietigen. Voor 2009 verzoek ik u hetzelfde te doen. (…) Tijdens [het] zeer korte verblijf in Nederland (in [locatie 1] en [T]) heeft mijn cliënt geen inkomsten genoten (…).”
(…)
V: Waar verblijft u in Nederland?
A: In de woning waar ik ben aangehouden. (…)
A: Een maand.
A: Samen met [A] (…) en zijn vrouw met kind. (…)
V: Wat is de herkomst dan van dit geld?
V: Huurt u nog meer locaties in Nederland?
A: Nee”
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
Tevens heeft belanghebbende gesteld dat het op de weg van de inspecteur heeft gelegen om, naar aanleiding van voormelde brief van hem nader aan te geven welke informatie nog zou moeten worden verstrekt.
Voorts heeft belanghebbende gesteld dat de bewijslast niet kan worden omgekeerd en verzwaard, omdat de inspecteur heeft verzuimd een informatiebeschikking te nemen.
Stb. 2011, 265 en 301), terwijl vaststaat dat de inspecteur voor de aanslagen 2007 en 2008 dergelijke beschikkingen niet heeft genomen.
Het Hof verwerpt deze stelling, omdat belanghebbende nog vóór de inwerkingtreding van art. 52a AWR beroep heeft ingesteld tegen het niet doen van uitspraak op bezwaar voor de jaren 2007 en 2008 (zie onder 1.7). Dit betekent dat de inspecteur bij de inwerkingtreding van art. 52a AWR niet bevoegd was een informatiebeschikking te nemen. De toepassing van de omkering en verzwaring van de bewijslast ter zake van het niet voldoen aan de informatieverplichting dient derhalve voor wat betreft de jaren 2007 en 2008 te worden beoordeeld op de voet van het vóór 1 juli 2011 geldende recht.
Ook de verklaring van [H] en de door de inspecteur genoemde observaties acht het Hof, gelet ook op de betwisting van de bewijskracht van deze bewijsmiddelen door belanghebbende, van onvoldoende gewicht. Het Hof sluit zich voor wat betreft de woonplaats in de periode augustus 2007 - najaar 2008 aan bij het hetgeen de rechtbank in rechtsoverweging 4.3 van haar uitspraak heeft overwogen.
De rechtbank kan verweerder niet volgen in zijn stelling dat eiser middels genoemde huurpanden beschikte over een vaste inrichting in Nederland, reeds omdat eiser niet in verband kan worden gebracht met deze panden.”
5. Kosten
6.Beslissing
betalen aan mr. Thijssen als de rechtsbijstandverlener van belanghebbende.