ECLI:NL:GHAMS:2013:3993
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging kosten voor betekening van dwangbevelen bij belastinginvordering
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was in gebreke gebleven met de betaling van diverse belastingaanslagen. De ontvanger van de Belastingdienst had daarom drie dwangbevelen uitgevaardigd en betekend, waarvoor kosten in rekening werden gebracht. Belanghebbende stelde dat er sprake was van een betalingsregeling, waardoor de dwangbevelen niet terecht waren.
Het hof oordeelt dat uit het bewijs, waaronder een brief en verklaringen tijdens de zitting, niet blijkt dat de ontvanger uitstel van betaling had verleend of dat een betalingsregeling was overeengekomen. Het telefoongesprek tussen partijen was informatief en leidde niet tot een bindende afspraak.
Daarmee was belanghebbende ten tijde van de betekening van de dwangbevelen in gebreke met betaling. Ook bijzondere omstandigheden die dwanginvordering zouden kunnen verhinderen zijn niet aannemelijk gemaakt. De kosten zijn bovendien gemaximeerd volgens de Kostenwet invordering rijksbelastingen en staan niet ter beoordeling van de rechter.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de kosten voor de betekening van de dwangbevelen zijn terecht in rekening gebracht.