Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 1992 gehuwd en gescheiden in 2012, met twee minderjarige kinderen die bij de vrouw wonen. De man en vrouw zijn het oneens over de hoogte van de kinderalimentatie, waarbij de man een lagere bijdrage wenst.
Het hof beoordeelt het netto besteedbaar inkomen van beide partijen, rekening houdend met lasten, schulden en fiscale voordelen. Voor de man wordt een voorlopige bijdrage vastgesteld van €183,50 per kind per maand tot 1 april 2013, waarna een wijziging in zijn draagkracht leidt tot een voorlopige bijdrage van €140 per kind per maand.
Het hof stelt partijen in de gelegenheid zich uit te laten over de nieuwe richtlijnen voor de berekening van de bijdrage na 1 april 2013. Het hof houdt verdere beslissing aan en zal na ontvangst van de uitlatingen een definitief oordeel geven.
Uitkomst: Het hof stelt voorlopige kinderalimentatie vast en houdt verdere beslissing aan voor nadere berekening na wijziging draagkracht per 1 april 2013.