ECLI:NL:GHAMS:2013:3915
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen aanslag inkomstenbelasting 2008 wegens niet-erkende lijfrentepremieaftrek
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2008 waarbij hij een belastbaar inkomen van €25.179 werd toegerekend. Hij voerde onder meer aan dat een lijfrentepremie betaald door zijn werkgever in 2000 alsnog in 2008 in aftrek gebracht kon worden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Hof bevestigt deze uitspraak.
Het Hof overwoog dat de door belanghebbende opgegeven inkomensgegevens overeenkomen met de door de Belastingdienst geregistreerde gegevens en dat een nabetaling of terugvordering van loon in latere jaren geen invloed kan hebben op het belastbaar inkomen van 2008. De aftrek van lijfrentepremies is niet toegestaan omdat er in 2008 geen premies zijn betaald, terwijl de wettelijke regeling vereist dat aftrek alleen mogelijk is voor premies betaald in het jaar van aftrek.
Belanghebbende was niet verschenen bij de zitting ondanks correcte uitnodiging en zijn verzoek tot aanhouding wegens vergissing werd afgewezen. De klacht over verrekening van een teruggaaf met een terug te betalen bedrag aan kindgebonden budget werd als niet-ontvankelijk beoordeeld. Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2008 bevestigd.