ECLI:NL:GHAMS:2013:3796
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toewijzing eenhoofdig gezag aan moeder wegens verstoorde communicatie en belang minderjarige
De moeder en vader zijn gescheiden en oefenen gezamenlijk gezag uit over hun minderjarige kind, geboren in 2003. De moeder verzocht het gezag exclusief aan haar toe te kennen, stellende dat de communicatie tussen de ouders ernstig verstoord is en het kind daardoor klem of verloren kan raken. De rechtbank wees dit verzoek af, waarna de moeder in hoger beroep ging.
Het hof stelde vast dat de communicatie tussen de ouders ernstig verstoord is en dat zij al meer dan zeven jaar niet in staat zijn gezamenlijk besluiten te nemen over het kind. Het kind vertoont een spraak- en taalachterstand, is emotioneel kwetsbaar en reageert angstig en met weerstand op contact met de vader. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde de omgang met de vader te beperken vanwege mogelijke schadelijkheid zonder passende hulpverlening.
Het hof oordeelde dat handhaving van het gezamenlijk gezag het risico op spanningen en schade voor het kind vergroot, omdat de moeder voor belangrijke beslissingen de instemming van de vader nodig heeft. Gezien de kwetsbaarheid van het kind en het onaanvaardbare risico dat het kind klem of verloren raakt, wees het hof het verzoek van de moeder toe en kende het haar het eenhoofdig gezag toe. De bestreden beschikking werd vernietigd en deze uitspraak werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof kent het eenhoofdig gezag over de minderjarige toe aan de moeder wegens het onaanvaardbare risico dat het kind klem of verloren raakt bij voortzetting van het gezamenlijk gezag.