Uitspraak
1.[appellant sub 1],
[appellant sub 2],
mr. R. Zierste Schiedam,
ABN AMRO BANK N.V.,
mr. D.K. Grevelingte Hilversum.
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele procedure in hoger beroep vorderen appellanten vernietiging van het vonnis van de rechtbank Amsterdam. ABN AMRO heeft bij incidentele memorie op grond van artikel 224 lid 1 Rv Pro gevorderd dat appellant sub 2 zekerheid stelt voor de proceskosten, omdat deze geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland heeft.
Het hof stelt vast dat appellant sub 2 inderdaad geen bekende verblijfplaats meer heeft in Nederland en dat niet is gebleken dat een uitzondering op de verplichting tot zekerheidstelling van toepassing is. Daarom beveelt het hof appellant sub 2 zekerheid te stellen in de vorm van een bankgarantie, waarbij de primaire vordering tot directe betaling wordt afgewezen.
De hoogte van de zekerheid wordt vastgesteld op de helft van de geraamde proceskosten, namelijk € 2.644,50. De zekerheid moet binnen vier weken na het arrest worden gesteld, op straffe van niet-ontvankelijkheid in de hoofdzaak. De beslissing over de proceskosten van het incident wordt aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak.
Uitkomst: Appellant sub 2 wordt bevolen binnen vier weken een bankgarantie te stellen ter zekerheid van proceskosten, bij niet-naleving niet-ontvankelijkheid in de hoofdzaak.