Uitspraak
2. [appellante sub 2],
mr. M. Dickhoffte Hoofddorp,
mr. A.S. Ruebte Amsterdam.
Gerechtshof Amsterdam
De stichting c.s. kwam in hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Amsterdam waarin zij werden veroordeeld tot betaling van een boete wegens het niet nakomen van een koopovereenkomst voor een appartementsrecht. De stichting stelde dat de verkoper bedrog of dwaling had gepleegd door het funderingsonderzoek te verzwijgen en voerde een geldig beroep op het financieringsvoorbehoud.
Het hof stelde vast dat partijen al op 26 mei 2010 overeenstemming hadden bereikt over de essentialia van de koopovereenkomst, terwijl het funderingsonderzoek pas later werd aangekondigd. De verkoper was ten tijde van de totstandkoming van de overeenkomst niet op de hoogte van het funderingsonderzoek en had de stichting c.s. niet misleid. De stichting c.s., als professionele vastgoedhandelaar, had bovendien onvoldoende concrete feiten gesteld om bedrog aan te tonen.
Daarnaast oordeelde het hof dat het beroep op het financieringsvoorbehoud niet geldig was omdat de schriftelijke en gedocumenteerde verklaring aan de notaris niet tijdig was ontvangen en de brief geen bewijs leverde dat de koper geen financiering had verkregen. De rechtbank had de vordering van de verkoper tot betaling van de boete terecht toegewezen en het hof bekrachtigde dit vonnis.
De stichting c.s. werden veroordeeld in de proceskosten van beide instanties. Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige kamer van het Gerechtshof Amsterdam op 27 augustus 2013.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst het beroep op dwaling, bedrog en financieringsvoorbehoud af.