ECLI:NL:GHAMS:2013:2714
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek advocaatkosten bij WAO/WIA-uitkeringen als loonbestanddeel
Belanghebbende ontving in 2007 twee uitkeringen van het UWV: een WAO/WIA-uitkering en een uitkering op grond van de Tijdelijke Regeling Inkomensgevolgen herbeoordeelde arbeidsongeschikten. Hij bracht advocaatkosten ter hoogte van € 837 in aftrek, gemaakt voor het verkrijgen en behouden van deze uitkeringen. De inspecteur weigerde deze aftrek omdat de uitkeringen als loonbestanddeel worden aangemerkt.
Het Hof bevestigt dat zowel de WAO/WIA-uitkering als de tegemoetkoming uit de Tijdelijke Regeling voortvloeien uit een vroegere dienstbetrekking en daarom volgens artikel 2.14 lid 1 Wet IB 2001 als loon moeten worden beschouwd. Hierdoor zijn de gemaakte advocaatkosten niet aftrekbaar als kosten ter verwerving van inkomen uit werk en woning.
Daarnaast werd het geschil over de heffingsrente behandeld. Het Hof oordeelt dat de inspecteur de wettelijke bepalingen correct heeft toegepast en geen reden ziet voor vermindering van de heffingsrente. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aftrek van advocaatkosten wordt geweigerd omdat de uitkeringen als loon worden aangemerkt.