ECLI:NL:GHAMS:2013:2285
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- B.A. van Brummelen
- E.M. Vrouwenvelder
- D.B. Bijl
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onbevoegdheid belastingrechter inzake invorderingsmaatregelen ontvanger
Belanghebbende stelde de ontvanger van de Belastingdienst in gebreke vanwege het uitblijven van betaling van terug te ontvangen bedragen uit aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2001 en 2002. Na een onbevoegdverklaring van de rechtbank, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Amsterdam.
Het Hof stelde vast dat de rechtbank terecht oordeelde dat de belastingrechter op grond van artikel 8:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en de negatieve lijst niet bevoegd is om te oordelen over de rechtmatigheid van invorderingsmaatregelen van de ontvanger. Dit geldt ook wanneer sprake is van onvoldoende zorgvuldigheid bij de uitvoering van verrekeningen.
Het Hof vulde de feiten aan met een verklaring van de ontvanger over de datum van verrekening en bevestigde dat de verrekening deels plaatsvond en deels werd uitbetaald. Het hoger beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard, en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Er werden geen kosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de onbevoegdverklaring van de belastingrechter en verklaart het hoger beroep ongegrond.