Uitspraak
mr. E.C.W. van der Poelte Alkmaar,
mr. A.F.M. den Hollanderte Rotterdam.
1.Het geding in hoger beroep
- memorie van grieven;
- memorie van antwoord.
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft een geschil tussen een particulier en de gemeente Purmerend over de toepassing van een beding in een koopovereenkomst en leveringsakte van een perceel grond nabij de nieuwbouwwijk Weidevenne. De koopovereenkomst uit 2004 bevatte een bepaling dat bij ingrijpende verandering van het perceel, zoals sloop en herontwikkeling, een aanvullende vergoeding van €125.000 verschuldigd zou zijn aan de verkoper.
De gemeente had een deel van het perceel afgegraven voor de aanleg van een hoogwatersloot, waarbij de kadastrale grens werd gewijzigd. De verkoper stelde dat hierdoor aan de voorwaarde voor de aanvullende vergoeding was voldaan. De rechtbank had dit oordeel bevestigd en de gemeente veroordeeld tot betaling van de vergoeding.
De gemeente stelde in hoger beroep dat de handgeschreven toevoeging in de koopovereenkomst niet was onderhandeld en dat het beding objectief moest worden uitgelegd, waarbij het graven van de sloot was voorzien en geen aanvullende vergoeding verschuldigd was. Het hof oordeelde echter dat de redelijke verwachtingen van partijen en de context van de overeenkomst doorslaggevend zijn, en bevestigde dat sprake is van een ingrijpende verandering waarvoor de vergoeding verschuldigd is.
Het hof verwierp alle grieven van de gemeente, bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de gemeente in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de gemeente een aanvullende vergoeding van €125.000 aan de verkoper moet betalen wegens ingrijpende wijziging van het perceel.