Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
- memorie van grieven, met producties;
- memorie van antwoord, met producties.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak staat centraal of de echtgenote van de contractant tijdig bekend was met de aandelenleaseovereenkomsten, zodat het beroep op verjaring van vernietiging kracht zou hebben. De contractant had twee leaseovereenkomsten afgesloten zonder toestemming van zijn echtgenote, die later een vernietigingsverklaring uitbracht op grond van artikel 1:89 BW Pro. Dexia, rechtsopvolger van de oorspronkelijke leasemaatschappij, stelde dat de vernietigingsverklaring te laat was omdat de echtgenote reeds meer dan drie jaar bekend was met de contracten.
De kantonrechter had de contractant toegelaten tot tegenbewijs en na het horen van getuigenverklaringen van beide echtgenoten geoordeeld dat de echtgenote pas kort voor 2005 van de contracten op de hoogte was geraakt. Het hof bevestigt dit oordeel en wijst het beroep op verjaring af. Het hof motiveert dat hoewel er sterke aanwijzingen zijn dat de echtgenote eerder bekend had moeten zijn, de concrete verklaringen voldoende twijfel zaaien over die stelling.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter dat de leaseovereenkomsten rechtsgeldig zijn vernietigd, Dexia moet terugbetalen en de negatieve BKR-registratie moet worden verwijderd. Dexia wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vernietiging van de aandelenleaseovereenkomsten en wijst het beroep op verjaring af.