ECLI:NL:GHAMS:2013:1137
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Visser
- J.H. Huijzer
- J.C. Toorman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over huurovereenkomst en bewoner als huurder van woning
In deze zaak stond centraal of appellant, die de woning bewoonde nadat de huurovereenkomst van zijn broer was geëindigd, als huurder kon worden aangemerkt op grond van artikel 7:269 BW Pro of andere gronden. De kantonrechter had geoordeeld dat appellant de woning zonder recht gebruikte en Stadgenoot had daarom ontruiming gevorderd.
Appellant stelde dat hij onderhuurder was geworden, dat Stadgenoot stilzwijgend had ingestemd met zijn huurderschap, en dat Stadgenoot door haar handelwijze haar recht tot ontruiming had verwerkt. Het hof oordeelde dat onvoldoende was gesteld dat er een onderhuurovereenkomst bestond, dat het accepteren van huurbetalingen en het niet ondernemen van actie niet leidde tot stilzwijgende instemming, en dat er geen sprake was van rechtsverwerking.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep. De vordering tot terugbetaling van betaalde huurtermijnen werd eveneens afgewezen omdat appellant het genot van de woning had gehad.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat appellant geen huurder is en veroordeelt hem tot ontruiming van de woning.