ECLI:NL:GHAMS:2012:CA1464
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.V.T. de Bie
- C.A. Joustra
- E.A. Maan
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake ontvankelijkheid en vervaltermijn bij ontkenning vaderschap
In deze civiele procedure staat de ontvankelijkheid en de vervaltermijn bij een verzoek tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap centraal. Appellanten [g] en [h] zijn in hoger beroep gekomen tegen meerdere beschikkingen van de rechtbank Amsterdam, waaronder de toewijzing van het verzoek van [m] tot ontkenning van het vaderschap van [x].
Het hof oordeelt dat [h], als zus van [m], wel belanghebbende is in de procedure tot ontkenning van het vaderschap van [x] en dus ontvankelijk is in haar hoger beroep. Daarentegen is [g], een neef van de vermeende biologische vader [y], niet als belanghebbende aan te merken en wordt hij niet-ontvankelijk verklaard.
Ten aanzien van de vervaltermijn overweegt het hof dat [m] reeds in de jaren '70 op de hoogte was van het vermoeden dat [x] niet haar biologische vader was, zoals blijkt uit een brief uit 2007 en andere correspondentie. Hierdoor is het verzoek tot ontkenning van het vaderschap te laat ingediend, aangezien de wettelijke termijn van drie jaar na bekendwording van het feit is verstreken. Het hof wijst het verzoek van [m] af en vernietigt de bestreden beschikkingen. De kosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het verzoek tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap van [x] wordt afgewezen wegens overschrijding van de vervaltermijn.