ECLI:NL:GHAMS:2012:BY7126
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid OM bij afwijking van richtlijn mishandeling wegens hoge leeftijd slachtoffer
De zaak betreft een hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter die het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaarde wegens het niet aanbieden van een transactie aan de verdachte, terwijl de richtlijn mishandeling dat voorschreef.
De verdachte werd ervan beschuldigd het slachtoffer met een houten balk of stok te hebben mishandeld, waarbij het slachtoffer letsel en pijn heeft opgelopen. De politierechter oordeelde dat het OM in strijd met de Aanwijzing Kader voor Strafvordering handelde door direct te dagvaarden zonder eerst een transactie aan te bieden, omdat het aantal sanctiepunten onder de transactiegrens lag.
Het hof overwoog dat de richtlijn en aanwijzing ruimte laten voor afwijking indien bijzondere omstandigheden aanwezig zijn. De hoge leeftijd van het slachtoffer en de ernst van het geweld rechtvaardigen volgens het hof het dagvaarden. Het hof verklaarde het OM ontvankelijk en vernietigde het vonnis van de politierechter. De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank voor inhoudelijke behandeling.
De verdediging had aangevoerd dat het OM het vertrouwensbeginsel en het verbod op willekeur had geschonden door niet te voldoen aan de richtlijn, maar het hof verwierp dit verweer. Het hof benadrukte dat de beoordeling van ontvankelijkheid plaatsvindt op het moment van de vervolgingsbeslissing en niet op latere feiten zoals het vorderen van een werkstraf in hoger beroep.
Het arrest werd gewezen door de vierde meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 21 december 2012.
Uitkomst: Het hof verklaart het Openbaar Ministerie ontvankelijk en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor inhoudelijke behandeling.