ECLI:NL:GHAMS:2012:BY6803
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid Achmea wegens niet-dagvaarden bewindvoerder in hoger beroep
In deze civiele procedure stond Achmea Zorgkantoor N.V. in hoger beroep tegenover een onder bewind gestelde partij. Achmea had de onder bewind gestelde partij gedagvaard, maar niet diens bewindvoerder. Het hof overwoog dat de bewindvoerder volgens artikel 1:441 lid 1 BW Pro de rechthebbende vertegenwoordigt in rechte, waardoor de bewindvoerder in beginsel als partij betrokken moet worden.
Achmea voerde aan dat zij pas bij memorie van antwoord kennis had genomen van de onderbewindstelling, omdat deze niet openbaar is en niet in registers is ingeschreven. Het hof stelde echter vast dat uit eerdere stukken in eerste aanleg duidelijk bleek dat de onder bewind gestelde partij onder bewind stond, onder meer doordat de bewindvoerder namens haar verweer voerde en de onderbewindstelling expliciet werd vermeld.
Daarom had Achmea de bewindvoerder in hoger beroep moeten dagvaarden. Het niet doen hiervan leidde tot niet-ontvankelijkheid van Achmea in het hoger beroep. Omdat Achmea al in eerste aanleg van het bewind op de hoogte was, werd zij niet in de gelegenheid gesteld alsnog de bewindvoerder te dagvaarden. Tevens werd Achmea veroordeeld tot betaling van de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Achmea wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens het niet-dagvaarden van de bewindvoerder.