ECLI:NL:GHAMS:2012:BY2891

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
11 oktober 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/00582
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:22 AwbArt. 27 FaillissementswetArt. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-overname procedure door curator na faillissement

Belanghebbende, een besloten vennootschap, was in hoger beroep gekomen tegen een uitspraak van de rechtbank Haarlem inzake een geschil met de heffingsambtenaar van de gemeente Velsen. Tijdens de procedure werd belanghebbende in staat van faillissement verklaard en werd een curator benoemd.

Het hof nodigde partijen uit voor een mondelinge behandeling, maar deze ging niet door. Vervolgens werd de heffingsambtenaar in de gelegenheid gesteld om de curator op te roepen de procedure over te nemen. De curator gaf aan de procedure niet te zullen overnemen.

Op grond van artikel 8:22 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 27 van Pro de Faillissementswet verleende het hof de heffingsambtenaar ontslag van instantie en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het vonnis werd op 11 oktober 2012 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de heffingsambtenaar krijgt ontslag van instantie.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM
kenmerk 11/00582
uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (de Wet) van de vijfde enkelvoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[X] B.V. gevestigd te [Z],
belanghebbende,
tegen de uitspraak in de zaak met nummer AWB 09/5918 van de rechtbank Haarlem van 1 juni 2011 in het geding tussen
belanghebbende
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Velsen, de heffingsambtenaar.
1. Van belanghebbende is ter griffie van het Hof een beroepschrift ontvangen op 13 juli 2011. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
2. Bij vonnis van […] de rechtbank ’s-Gravenhage is belanghebbende in staat van faillissement verklaard, waarbij mr. [A] te [Q] tot curator is benoemd.
3. Partijen zijn bij brief van 24 mei 2012 uitgenodigd voor een mondelinge behandeling op 19 juli 2012. Bij brief van 18 juli 2012 heeft het Hof, in aansluiting op een bericht van de gemachtigde, de curator en de heffingsambtenaar bericht dat de mondelinge behandeling geen doorgang zal vinden.
4. Het Hof heeft de heffingsambtenaar bij brief van 23 augustus 2012 in de gelegenheid gesteld de curator tot overneming van het geding op te roepen. Bij brief van 7 september 2012 heeft de heffingsambtenaar het Hof een kopie van een e-mail doen toekomen van [B] van 5 september 2012, waarin is vermeld dat de curator de procedure niet zal overnemen. Het Hof heeft kopieën van deze brief en bijlage op 20 september 2012 doorgezonden naar de curator en aangekondigd dat de onderstaande uitspraak zal worden gedaan.
5. Gelet op het voorgaande en het bepaalde in artikel 8:22 van Pro de Wet en artikel 27 van Pro de Faillissementswet, zal het Hof de heffingsambtenaar ontslag van instantie verlenen en het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren.
6. Het Hof acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling op de voet van artikel 8:75 van Pro de Wet.
7. Voor het aanwenden van het in artikel 8:55 van Pro de Wet bedoelde rechtsmiddel van verzet tegen de onderhavige uitspraak, verwijst het Hof naar de mededelingen daaromtrent aan de voet van de uitspraak.
Beslissing
Het Hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. J.P.A. Boersma, lid van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Couperus als griffier. De beslissing is op 11 oktober 2012 in het openbaar uitgesproken.
Verzet
Als u bezwaren hebt tegen deze uitspraak kunt u binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak een verzetschrift indienen bij dit gerechtshof. Daarbij kunt u vragen op het verzet te worden gehoord. Een kopie van de bestreden uitspraak moet bij het verzetschrift worden overgelegd.
Het verzetschrift moet zijn ondertekend en ten minste bevatten:
• de naam en het adres van de indiener;
• de dagtekening;
• de vermelding van de uitspraak waartegen het verzet is gericht en
• de gronden van het verzet, waarbij de bezwaren tegen de uitspraak duidelijk zijn omschreven.
Bij de behandeling van het verzet beoordeelt het gerechtshof uitsluitend of er gronden zijn voor vernietiging van de onderhavige uitspraak.