ECLI:NL:GHAMS:2012:BY2559
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak bedreiging met terroristisch misdrijf en bedreiging met misdrijf tegen het leven
De verdachte werd beschuldigd van openlijke geweldpleging tegen een politieauto en van bedreiging van meerdere verbalisanten met een terroristisch misdrijf en met een misdrijf tegen het leven gericht. Het hof oordeelde dat de bedreiging met een terroristisch misdrijf niet wettig en overtuigend bewezen kon worden, omdat het vereiste oogmerk om de bevolking ernstige vrees aan te jagen ontbrak.
De bedreigingen waren geuit in het bijzijn van politiefunctionarissen in een politiebus, kort na aanhouding wegens openlijke geweldpleging. Hoewel de verbalisanten de woorden van de verdachte als zeer opvallend en zorgwekkend ervoeren, was er geen sprake van een geloofwaardige bedreiging die grote vrees onder de bevolking kon veroorzaken.
Ook de bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht werd niet bewezen geacht, omdat de bedreiging niet zodanig was dat bij de bedreigden redelijke vrees kon ontstaan voor hun leven. De rechtbank Amsterdam sprak de verdachte eerder vrij van de openlijke geweldpleging, en het hof verklaarde het hoger beroep tegen die vrijspraak niet-ontvankelijk.
Uiteindelijk vernietigde het hof het vonnis voor wat betreft de bedreigingen, sprak de verdachte vrij en hief het bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van bedreiging met een terroristisch misdrijf en bedreiging met een misdrijf tegen het leven wegens onvoldoende bewijs en ontbreken van het vereiste oogmerk.