ECLI:NL:GHAMS:2012:BY2296
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. Bijlsma
- B.A. van Brummelen
- A.H.R.M. Denie
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat pand als één goed geldt voor omzetbelastingaftrek
In deze zaak stond centraal of een pand, bestaande uit twee wooneenheden, een kelder, een garage en een kantoorruimte, als één goed moet worden aangemerkt voor de heffing van omzetbelasting. De rechtbank had geoordeeld dat het pand een bouwtechnische, functionele en juridische eenheid vormt, waardoor de verschillende onderdelen niet als zelfstandige goederen kunnen worden beschouwd.
Het hof sluit zich aan bij dit oordeel en benadrukt dat de kantoorruimte afhankelijk is van de voorzieningen van het gehele pand, zoals de sanitaire voorzieningen in de kelder, en dat het pand slechts één kadastrale aanduiding en huisnummer heeft. Ook het feit dat het pand niet gesplitst mag worden door de gemeente ondersteunt de eenheid.
De inspecteur stelde dat de kantoorruimte en wooneenheden als afzonderlijke zaken gezien moeten worden, maar dit werd verworpen. Het hoger beroep van de inspecteur werd ongegrond verklaard. Daarnaast werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betalen van griffierecht.
De uitspraak bevestigt dat het pand als één investeringsgoed wordt gezien, waardoor de volledige omzetbelasting op de bouwkosten aftrekbaar is. Dit betekent een belangrijke bevestiging van de fiscale behandeling van samengestelde panden die functioneel en juridisch als één geheel worden gebruikt.
Uitkomst: Het hoger beroep van de inspecteur wordt ongegrond verklaard en het pand wordt als één goed beschouwd voor de omzetbelasting.