ECLI:NL:GHAMS:2012:BY2291
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak opzet invoer cocaïne, bewezenverklaring overtreding Opiumwet
De verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk invoeren van circa 925,9 gram cocaïne in Nederland via Schiphol. Hij verklaarde de lederen aktetas, waarin de cocaïne was verborgen, cadeau te hebben gekregen van zijn neef in Suriname en had de tas gecontroleerd zonder iets verdachts te ontdekken, behalve dat deze zwaar aanvoelde.
De verdediging voerde aan dat de verdachte geen opzet had en geen aanleiding had om te vermoeden dat de tas drugs bevatte. Het hof oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om opzet of voorwaardelijk opzet vast te stellen, mede omdat de verdachte plausibel verklaarde geen reden tot argwaan te hebben gehad en geen verdachte omstandigheden aanwezig waren die nader onderzoek vereisten.
Het hof sprak de verdachte vrij van het ten laste gelegde opzet, maar achtte wel bewezen dat hij de overtreding van artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet heeft begaan door de tas met cocaïne binnen Nederland te brengen. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden, rekening houdend met de ernst van het feit en zijn persoonlijke omstandigheden.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van opzettelijke invoer cocaïne, veroordeeld voor overtreding Opiumwet tot 3 maanden hechtenis.