ECLI:NL:GHAMS:2012:BY1298
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake kosten dwangbevel waterschapsbelasting en kwijtschelding
Belanghebbende was het niet eens met de kosten van betekening van een dwangbevel voor waterschapsbelastingen over 2007 en stelde dat deze ten onrechte in rekening waren gebracht. Tevens voerde hij aan dat de kwijtschelding van de aanslag voor 2010 vertrouwen wekte dat ook de kosten kwijtgescholden zouden worden en dat hij recht had op immateriële schadevergoeding.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat de aanslagen formele rechtskracht hebben en dat de kosten van het dwangbevel terecht zijn opgelegd. Ook oordeelde de rechtbank dat uitstel van betaling en verzoeken om kwijtschelding niet leiden tot opschorting van invordering en dat de belastingrechter onbevoegd is om beslissingen over uitstel en kwijtschelding te toetsen.
Het Hof neemt deze overwegingen over en wijst het beroep van belanghebbende af. Het Hof acht niet aannemelijk dat stukken ontbreken en oordeelt dat de vermelding van kwijtschelding op het aanslagbiljet 2010 een vergissing betrof. Daarnaast is er geen sprake van termijnoverschrijding die recht zou geven op immateriële schadevergoeding.
De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard. Er worden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.