ECLI:NL:GHAMS:2012:BY1131
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Van Asperen de Boer
- Bronkhorst
- De Groot
- Rechtspraak.nl
Schorsing overleveringsdetentie wegens dreigende schending artikel 5 EVRM
De zaak betreft het hoger beroep tegen de afwijzing van een verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon. De rechtbank Amsterdam had dit verzoek eerder afgewezen. De opgeëiste persoon verblijft al meer dan tien jaar in Nederland, heeft een vaste verblijfplaats en wil zijn strafzaak in hoger beroep in vrijheid afwachten.
Het hof oordeelt dat hoewel schorsing van overleveringsdetentie na toestemming van overlevering in principe niet mogelijk is, een uitzondering geldt bij een dreigende schending van artikel 5 EVRM Pro. De overleveringsdetentie is gestart nadat de voorlopige hechtenis in de Nederlandse strafzaak eindigde. De strafzaak dient nog inhoudelijk behandeld te worden, waardoor overlevering nog niet kan plaatsvinden.
Gezien de lange duur van de procedure en het feit dat de opgeëiste persoon zich bereid heeft verklaard mee te werken aan het proces en de uitvoering van de straf, acht het hof voortzetting van de detentie een schending van zijn rechten. Daarom wordt de overleveringsdetentie geschorst onder strikte voorwaarden, waaronder verblijf op een vast adres en medewerking aan justitiële instanties.
Uitkomst: De overleveringsdetentie wordt geschorst wegens dreigende schending van artikel 5 EVRM onder strikte voorwaarden.