ECLI:NL:GHAMS:2012:BX9836
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over opleveringsgebreken en bankgarantie bij einde huur bedrijfsruimte
In deze zaak staat centraal de oplevering van een bedrijfsruimte na afloop van een huurovereenkomst van vijf jaar. De huurder, geïntimeerde, had een bankgarantie gesteld ten behoeve van de verhuurder, appellant. Bij het einde van de huur was geen opleveringsrapport opgesteld, terwijl dit volgens de algemene bepalingen verplicht was. De verhuurder vorderde betaling van herstelkosten voor gebreken die hij meende te constateren.
De kantonrechter wees de vordering van de verhuurder af wegens het niet naleven van de procedurebepaling en onvoldoende duidelijkheid over de te verrichten werkzaamheden. Het hof oordeelt anders en stelt vast dat de huurder het gehuurde in een staat moest opleveren die de verhuurder mocht verwachten, zonder gebreken behalve normale slijtage. Het ontbreken van een opleveringsrapport leidt niet tot het verval van de vordering, mits bewijs geleverd kan worden.
Het hof beoordeelt de verschillende herstelposten inhoudelijk. Zo is vastgesteld dat de betonvloer en vloerbedekking bevlekt waren, en dat verfsporen op de gevel aanwezig waren die de huurder volgens de algemene bepalingen had moeten verwijderen. De kosten voor schoonmaak van de betonvloer en gevel worden toegewezen, evenals een gereduceerd bedrag voor de vloerbedekking. Kosten voor schilderwerk worden afgewezen omdat de huurder het gehuurde had witgeschilderd. Uiteindelijk wordt een bedrag van € 2.043,80 toegewezen als teveel geïncasseerd onder de bankgarantie, met rente en compensatie van proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst een deel van de vordering van de huurder toe en veroordeelt tot terugbetaling van € 2.043,80 met rente.