ECLI:NL:GHAMS:2012:BX8907
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang beperkt tot 36 dagen in ontnemingszaak
In deze zaak vordert het openbaar ministerie verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang tegen een veroordeelde die niet heeft voldaan aan een betalingsverplichting tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De oorspronkelijke strafmaatregel betrof vervangende hechtenis van 36 dagen, opgelegd vóór de wetswijziging die vervangende hechtenis verving door lijfsdwang met een maximale duur van 3 jaar.
De advocaat-generaal stelt dat het hof ten onrechte vervangende hechtenis heeft verbonden aan de betalingsverplichting na de wetswijziging en dat het hof nu verlof tot lijfsdwang kan verlenen, maar dat de duur van de lijfsdwang niet langer mag zijn dan de oorspronkelijk opgelegde 36 dagen, gelet op het vertrouwensbeginsel.
Het hof volgt deze redenering en wijst de vordering toe voor een maximale duur van 36 dagen. De veroordeelde is niet verschenen, en het CJIB heeft na diverse pogingen tot inning slechts een beperkt bedrag ontvangen. Gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad wordt het voor de veroordeelde gunstigste recht toegepast, waardoor lijfsdwang wordt toegestaan binnen de oorspronkelijke termijn.
De beschikking is uitgesproken door de 11e meervoudige strafkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 2 oktober 2012.
Uitkomst: Verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang wordt verleend voor maximaal 36 dagen.