ECLI:NL:GHAMS:2012:BX8797
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- H.E. Kostense
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen navorderingsaanslag wegens vermeende uitdeling verbouwingsinvesteringen
In deze zaak staat de vraag centraal of de navorderingsaanslag inkomstenbelasting terecht is opgelegd vanwege een vermeende uitdeling van verbouwingsinvesteringen door een vennootschap aan haar aandeelhouder. De inspecteur stelde dat de vennootschap een te lage vergoeding had ontvangen voor de verbouwing bij het einde van de huurovereenkomst, waardoor sprake was van een uitdeling.
De feiten betreffen investeringen in panden die door de vennootschap werden verhuurd aan haar aandeelhouder, waarbij in de jaren 1985-1988 aanzienlijke verbouwingen plaatsvonden. Bij het beëindigen van de huur werd afgezien van vergoeding voor deze investeringen, terwijl volgens zakelijke verhoudingen een vergoeding van € 283.385 had moeten worden bedongen. De boekwaarde van de investeringen bedroeg echter € 445.345.
Het Hof oordeelt dat de vennootschap en de aandeelhouder zich bewust moesten zijn van de bevoordeling door het afzien van vergoeding en bevestigt dat de inspecteur de bewijslast heeft voldaan. Het beroep op het vertrouwensbeginsel wordt afgewezen. Het Hof vermindert de navorderingsaanslag tot een uitdeling van € 283.385 en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbenden.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt verminderd tot een uitdeling van € 283.385 en de inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten.