ECLI:NL:GHAMS:2012:BX4730
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.B. Knottnerus
- G.P.M. van den Dungen
- M.F.J.N. van Osch
- Rechtspraak.nl
Gevolgen wetswijziging vakantiedagen bij ziekte en kennelijk onredelijk ontslag
In deze zaak staat centraal of de per 1 januari 2012 in werking getreden wetswijziging omtrent de opbouw van vakantiedagen tijdens ziekte terugwerkende kracht toekomt en of sprake is van kennelijk onredelijk ontslag. Appellant vordert uitbetaling van niet-genoten vakantiedagen over de gehele duur van zijn ziekteperiode en beroept zich op de rechtstreekse werking van de Arbeidstijdenrichtlijn 2003/88/EG.
Het hof oordeelt dat de wetgever bewust heeft gekozen geen terugwerkende kracht toe te kennen aan de wetswijziging, mede vanwege het rechtszekerheidsbeginsel. De richtlijn heeft geen rechtstreekse werking in de verhouding tussen private partijen en kan niet leiden tot een uitlegging van de wet die indruist tegen algemene rechtsbeginselen. Verder is onvoldoende gesteld dat de werkgever in strijd met goed werkgeverschap heeft gehandeld of dat het onaanvaardbaar is dat appellant geen vakantietegoed heeft opgebouwd.
Ook het beroep op kennelijk onredelijk ontslag wordt verworpen. De vordering wordt afgewezen en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd. De kosten van het hoger beroep worden aan appellant opgelegd.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot uitbetaling van niet-genoten vakantiedagen en het beroep op kennelijk onredelijk ontslag af en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.