ECLI:NL:GHAMS:2012:BX1562
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.A.G. van der Ouderaa
- H.E. Kostense
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herinvesteringsreserve bij verkoop en aankoop bedrijfspanden met functiewijziging
Belanghebbende, een houdstermaatschappij van aandelen in meerdere automobielbedrijven, verkocht in 2004 een bedrijfspand aan de A-straat dat sinds 1994 werd verhuurd aan een derde en daarmee als belegging werd aangehouden. De opbrengst uit deze verkoop leidde tot de vorming van een herinvesteringsreserve (HIR). In 2007 werd een ander pand aan de B-straat aangekocht, dat dienstbaar was aan de eigen onderneming.
De inspecteur voegde de HIR toe aan de winst van 2007, omdat het aangekochte pand niet dezelfde economische functie had als het vervreemde pand. Belanghebbende stelde dat de verkoop van het pand aan de A-straat niet eerder mogelijk was vanwege een saneringsverplichting en dat de HIR daarom terecht mocht worden afgeboekt op het nieuwe pand.
Het hof oordeelde dat de functiewijziging door verhuur aan derden het pand aan de A-straat tot een belegging maakte, waardoor de HIR niet kon worden afgeboekt op het pand aan de B-straat. Ook werd geoordeeld dat de verkoop niet feitelijk onmogelijk was, maar dat de saneringskosten hooguit de waardevermeerdering konden verminderen. De termijn voor afboeking van de HIR werd niet verlengd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herinvesteringsreserve wordt terecht aan de winst toegevoegd.