ECLI:NL:GHAMS:2012:BW9319
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging belastingaanslag na geschil over aftrek frauduleus verkregen inkomsten
Belanghebbende is strafrechtelijk veroordeeld voor het medeplegen van opzettelijk onjuiste belastingaangiften in 2003, waarbij frauduleus verkregen teruggaven op zijn en derden rekeningen zijn gestort. De inspecteur heeft het belastbaar inkomen gecorrigeerd en een aanslag opgelegd, die na bezwaar werd verminderd. In hoger beroep staat centraal of een bedrag van € 8.586 in mindering kan worden gebracht op het resultaat uit overige werkzaamheden.
Het Hof oordeelt dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de betalingen die hij deed, waaronder stortingen op belastingaanslagen van mededaders, een causaal verband hebben met de frauduleus verkregen inkomsten. De betalingen worden niet als negatieve inkomsten of kosten erkend, mede omdat ook rekeningen van derden bij de fraude betrokken waren en de mededader verklaarde alleen eigen rekeningen te hebben gebruikt.
De rechtbankuitspraak wordt bevestigd, waarbij het resultaat uit overige werkzaamheden wordt vastgesteld op € 14.259 en het belastbaar inkomen op € 73.672. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen kosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.