ECLI:NL:GHAMS:2012:BW8715
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.P.M. van Rijn
- J.P. Kruimel
- D.J. de Korte
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens onvoldoende kenbaarheid verplichting
Belanghebbende kreeg op 5 februari 2010 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd voor parkeren op een locatie in Amsterdam waar volgens de Verordening Parkeerbelastingen 2010 belasting verschuldigd is. Na bezwaar en een ongegrond verklaard beroep bij de rechtbank, stelde belanghebbende hoger beroep in tegen de naheffingsaanslag.
Het geschil betrof vooral de vraag of voldoende kenbaar was gemaakt dat op de parkeerplek belasting moest worden betaald. Het hof stelde vast dat belanghebbende op weg naar de parkeerplaats een parkeerautomaat was gepasseerd, die ondanks slechte verlichting en slechte weersomstandigheden voldoende duidelijk maakte dat er betaald parkeren gold. De onderzoeksplicht van de bestuurder speelde hierbij een belangrijke rol.
Het hof oordeelde dat het nalaten van belanghebbende om zich te informeren over de parkeerregels voor zijn rekening en risico komt. Ook het feit dat later een extra aanduiding werd aangebracht deed hieraan niet af. Het hof bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht is opgelegd omdat voldoende kenbaar was dat parkeerbelasting verschuldigd was.